Hoppa! We staan er weer. Deze keer weer met een mooi nazomers zonnetje op de gevel van het Zierikzees clubhuis achter de dijk van de monding van de schouwse haven. Zoals altijd is op zaterdag de dragrace “Run What Ya Brung” met daarna de grote mosselfeestavond. Maar vrijdag doet hier, door de intimiteit, nauwelijks aan onder. Het weer is goed! De sfeer is goed. Ideale omstandigheden dus om met de motor af te reizen naar de Lost Ones. Onze Baldrick Brother bom hangt nog steeds als een troffee links boven de legendarisch Royal Enfield, tegen de achterwand geschroefd. Ouwe PA-rot-in-het-vak; René, is een fractie eerder gearriveerd om de touwen alvast aan te sluiten. En zoals altijd bij Rene is alles in een mum geregeld, getest en een goed geluid.
De lange bandvakantie was een zware aanslag op onze routine en gelukkig zagen we nog kans om een paar dagen voordien een constructief oefenavondje te plannen met een duidelijk positief resultaat. Al in onze eerste set stonden we alweer te stuiteren, ongehinderd door muzikale twijfels. Gewoon zoals altijd, maar in deze temperatuur met een natte rug en het zweet in m’n ogen. Voor aanvang weet Koen nog even de dikste darm op zijn bariton ukelele te breken. Dat valt zwaar wanneer blijkt dat het enige setje nylons al reeds de dikste versie mist. Dan maar een maatje dunner. Naar ik heb begrepen stond het viersnarige instrumentje pas bij het laatste nummer op stemming. Al moet ik zeggen dat het mij niet is opgevallen toen ik ‘m om m’n nek had voor Wake Up Sinners. Zelf zoek ik te vergeefs naar de koebel en agogô in m’n koffertje. Helaas zijn deze in het instrumentenmandje terechtgekomen welke is meegegaan voor een dagje muziekmaken (met Hans en ik) tijdens 1 van de laatste basisschooldagen van Finley. Na een poosje het sleutelhok te hebben afgestruind valt de keuze uiteindelijk op 2 flesjes Jupiler op de podiumrand. Met een berg ducttape hangt het stel aan mijn statief te bungeld voor I’ll Write It All Down. Klinkt nergens naar, maar mijn koebelsolo is toch enigszins gered.
Ondanks het warme weer en een kneiter van een kampvuur, krijgen wel het clubhuis aardig vol en in beweging. André is tijdens Long Black Veil zoekende naar mijn gitaargeluid tijdens het eindrifje. De paar stappen mijn kant op in de hoop op een blik op mijn fretboard wordt enthousiast en zonder enige bedoeling afgesneden door Koen.
Maar ach, die valse noten blijven echt niet hangen na een verder knallende set.
De sets zijn kort samengevat; 1) vanaf eerste nummer goed gespeeld, 2) perfect setje voor het publiek, 3) goed gespeeld, maar met een paar rustige nummers achter elkaar geen heel erg vloeiend setje. Set 1 gestart met Jesus en set 3 ermee afgesloten. Het publiek is enthousiast genoeg om ons voor een toegift terug te schreeuwen. Wanneer Jaap een aantal dames het podium op krijgt voor Segnorita staat het behoorlijk vol op het wankele toneel. De podiumdelen stuiterden toch al alle kanten op wanneer halverwege de avond een springmomentje bijna werd afgestraft. Gelukkig wist Ronald mijn Champ voor een bierdouche te behoeden toen mijn Jupileretje de rand van de flightcase naderde.
Ergens in het begin van Segnorita zie ik Andre tussen de enkeltjes van de bikerdames graaien om ergens het losgeschoten snoertje op te kunnen snorren om weer wat bas in het geheel te krijgen. 
Wanneer we zijn afgekoeld opgeruimd en afgezwaaid liggen er al een hoop gasten in hun tent te pitten na een geslaagde aftrap van het Zierikzees Mosseltreffen.
Vooraf was ik van plan om mijn stem te sparen voor ons dagje Middelburg met de Company of Sinners, maar daar heb ik mij met volle overgave dus niet aangehouden en voel een dikke keel van het overschreeuwen wanneer ik met Ronald mee terug naar huis rij. Gelukkig heeft Koen zich op dit punt beter gedragen. Rond 03:45 gaat bij mij letterlijk en figuurlijk het licht uit. Op naar zaterdag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *