Ondanks wat geëmmer over de hoogte van de gage en het aanvankelijke beeld van een braderieoptreden met gezapige kraampjes en geitenwollensokken gehalte, hadden we allemaal veel zin in een zomermiddagfestivalletje in de buurt. En natuurlijk zagen we het wel zitten om het festival van/voor halfbroer Henne en zijn Patries op te leuken. Met enige hilariteit hebben we de week vooraf onze podiumwensen ingeleverd (incl. aantal stopcontacten, etc. en natuurlijk kon ook de blauwe M&M’s en werpdwerg niet achterwege blijven), waar geluidsman Nico mee aan de slag kon.
In de weken vooraf beloofde het doorsnee braderieformat niet geheel op dit festival van toepassing en de deur-tot-deur-bladen kondigden een zeer uitgebreid en gevarieerd aanbod aan, waar een aanzienlijk bezoekers aantal verwacht wordt. Maar toch blijft het een gok en is het afwachten.
Het weer is, net als de rest van de zomer, de week vooraf een droevenis. Tot en met de nacht voorafgaand wordt de voorbereiding door regen geteisterd.
Gelukkig is de dag zelf verrassend zonnig. Het zoveelste buitenoptreden dit jaar wat ons qua weer uitzonderlijk goed gezind is.
Henne is vandaag campingleider en over het hek en afzetlint zetten we (Koen en ik) voet aan wal van het festivalterrein met onze genieter wagewijd open.
De locatie en de sfeer is met name de verschilmaker met een bonte (maar toch soms ook gezapige) verzameling standjes en het nieuwe fenomeen; foodtrucks. Maar vooral het boerenerf met de hoeve op de achtergrond, een kneuterig podiumpje halverwege het terrein en een leuke collectie kamelen en lama’s met bijbehorende lucht. Het bandje wat aan ons vooraf ging had een door geëvolueerd Barrefeet kunnen zijn. Het bandje waar ik samen met Izaak veel te lang productiefloos in ben blijven plakken, voordat we The Bandox zijn begonnen. Het kon nauwelijks toeval zijn dat ik bij die gedachte de zangeres van Barrefeet tegen het lijf loop. Maar toch echt puur toeval.
Met kruiwagens vervoeren we ons instrumentarium over het graserf achterlangs de standjes en stellen ons achter het podium op. God zij dank (dat is heel wat voor een atheïst) blijft het droog vanaf boven, want anders had ik niet geweten hoe we hier onze apparatuur droog hadden kunnen houden. Misschien een puntje voor verbetering, maar met mooi weer, zoals nu, is er niets aan de hand.
Geluidstechnicus en fotograaf; Nico, houdt er eigenzinnige podiummanieren op na. Dat is even wennen, maar is wat mij betreft prima te waarderen. Het duurder alleen even voor ik begreep dat die microfoon een halve meter voor mijn Koch/Fender-combi de definitieve opstelling was. Terwijl de campingleider enigszins moeilijk begon te kijken qua tijd stond ik mij af te vragen wanneer mijn micro’s geplaatst zouden worden. Tja. Je kan niet alles weten.
De clinic-clownneuzen zangmicrofoonkapjes waren daarin tegen hilarisch. Ieder zijn eigen kleurtje is wel heel erg makkelijk vanaf de mengtafel gezien. Ziet er alleen wat mottig uit op de kleurenfoto’s. En foto’s waren er na afloop genoeg. Naast Nico rolde er een complete reportage via een kennis van Jaap binnen. Op een gegeven moment hing er zelfs een drone voor ons neus. Enigszins teleurgesteld had deze het gehele “lege” terein in HD vanuit de lucht geschoten, terwijl de podium close-up’s ons als megafestivalband doen suggereren. Verrassend kwam na al dit camerageweld Ronalds Thérèsse als fotoamateur met de mooiste exemplaren op de proppen.
Jaap had vandaag onbedoeld zijn nette kloffie op de keukentafel laten liggen. Gelukkig is de korte broek deze middag niet op herhaling van Die Twee. 🙂
Het podium had een steunbalk over de volle lengte van het podium, waar ik de kop van mijn Guild al tegenaan had gehengst tijdens de sound check. In mijn enthousiastme was ik de aanwezigheid van het stuk staalwerk vergeten en tijdens 1 van de eerste nummers maak ik een sprong welke zeer aprupt in de vlucht wordt geremd en mij in het slechte geval een nekhernia zou hebben kunnen bezorgen, maar wat gelukkig bij een fikse bult blijft. Nu, anderhalve week later, is het rilief nog op mijn kale ronding merkbaar aanwezig. Opletten waar en met wat je zwaait en springt dus.
Het enthousiastme wordt er verder niet in geremd en na de eerste paar nummers is het podiumgeluid zelfs acceptabel te noemen. Heb het idee alsof we na lange tijd weer uit onze ren mogen. Pure adrenaline wordt, zoals meestal weer meester over ons en de voorste rij (aan het eind door honger uitgedund tot tevens de laatste rij) aan publiek keurt het zichtbaar goed. Wanneer Nico ons wil dwingen tot ons laatste nummer hebben we onze laatste troeven nog niet gespeeld. De techneut lijkt onverbiddelijk, maar niets is minder waar. We worden, dankzij het enthouste publiek en lang zeuren, alsnog PA-versterkt tijdens onze toegift.
Toen we uiteindelijk echt klaar waren werd de druk om te stoppen duidelijk.
Ik wist niet beter dan dat wij het festivalterrein leeg zouden moeten spelen. Wat ons overigens, ondanks ons succes en inzet, gezien de tijd (buitenlucht maakt hongerig. Zeker rond etenstijd) aardig gelukt was. We wisten toen nog niet dat achter het provisorische podium nog een afsluiter stond te wachten. Gelukkig konden de bandleden onze uitloop van een half uur wel vergeven. Gelukkig was de bandwissel lekker vlotjes. Heb er zelf nog een halve set van mee gekregen, maar ben na kruiwerk van apparatuur als laatste broer afgereisd naar het naburige Kapelle. Denk dat dit volgend jaar een fantastische locatie voor een paar sets Roots & Murder Songs kan zijn. Kijken wat er voor de Company valt te regelen.
Deze middag was voor de Brotherhood sowieso een succes!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *